Besluit: pensioenverrekeningslijfrente bij echtscheiding mag nu ook bancaire lijfrente zijn

12 juni 2019

De pensioenverdeling bij echtscheiding is wettelijk geregeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (N.B. Er is nieuwe wetgeving op komst). Het is mogelijk af te wijken van deze wet. Zo kan de vereveningsgerechtigde afzien van het recht op pensioenverevening en ter compensatie een recht krijgen op een lijfrente waarvan de premie wordt betaald door de pensioengerechtigde ex-echtgenoot. De lijfrentepremie die de pensioengerechtigde betaalt is fiscaal aftrekbaar als onderhoudsverplichting (zie art. 6.6 Wet IB 2001). De lijfrente waar de andere ex-echtgenoot recht op krijgt valt onder het reguliere lijfrenteregime. Er vindt bij hem of haar belastingheffing plaats als de lijfrente-uitkeringen ingaan. Deze zogeheten pensioenverrekeningslijfrente kan in bepaalde situaties een interessant alternatief vormen voor de wettelijke standaard pensioenverdeling. De pensioenverrekeningslijfrente kan wettelijk gezien alleen bij een verzekeraar worden ondergebracht en niet bij een bank. Maar inmiddels wordt in het nieuwe lijfrentebesluit van 16 mei jl. goedgekeurd dat een pensioenverrekeningslijfrente ook een bancaire lijfrente mag zijn. [Lees meer…]

Pensioenverrekeningslijfrente kan geen bancaire lijfrente zijn

Pensioenverrekeningslijfrente kan met toepassing hardheids-clausule bancaire lijfrente zijn (Update 3 februari 2017)
De staatssecretaris heeft, naar aanleiding van het verzoek van een belastingplichtige, in een besluit goedgekeurd dat een bank uitvoerder kan zijn van een pensioenverrekeningslijfrente. Dit nieuws is bekendgemaakt in Fiscaal up to Date, 5 juli 2016, nr. 27. Het besluit van de staatssecretaris is van 10 juni 2016 (nr. BLKB2015-1653) maar is niet te vinden op minfin.nl. Reden hiervoor is dat het om toepassing van de hardheidsclausule ging en er helaas nog geen sprake is van algemeen beleid. Dus wie een pensioenverrekeningslijfrente wenst dient daartoe een verzoek bij minfin in te dienen. Als je een inspecteur goedkeuring vraagt, dan moet deze de Wet IB 2001 toepassen. De mogelijkheid om een pensioenverrekeningslijfrente bij een bank te sluiten biedt de Wet IB 2001 niet. De inspecteur zal een verzoek hiertoe dus standaard moeten afwijzen. In het kader van de hardheidsclausule kan alleen het ministerie zo’n verzoek (zie artikel 63 AWR) honoreren, of afwijzen. 

Pensioenverrekeningslijfrente kan geen bancaire lijfrente zijn
27 april 2016
De pensioenverdeling bij echtscheiding is wettelijk geregeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS). Het is mogelijk af te wijken van deze wet. Zo kan de verevenings-gerechtigde afzien van het recht op pensioenverevening en ter compensatie een recht krijgen op een lijfrente waarvan de premie wordt betaald door de pensioengerechtigde ex-echtgenoot. De lijfrentepremie die de pensioengerechtigde betaalt is fiscaal aftrekbaar als onderhoudsverplichting (zie art. 6.6 Wet IB 2001). De lijfrente waar de andere ex-echtgenoot recht op krijgt valt onder het reguliere lijfrenteregime. Er vindt bij hem of haar belastingheffing plaats als de lijfrente-uitkeringen ingaan. Deze zogeheten pensioenverrekeningslijfrente kan in bepaalde situaties een interessant alternatief vormen voor de wettelijke standaard pensioenverdeling. Helaas kan de pensioenverrekeningslijfrente alleen bij een verzekeraar worden ondergebracht en niet bij een bank. [Lees meer…]