Art. 13a SW belast stijging commerciële waarde aandelen. Die stijging is niet gelijk aan de fiscale vrijval van de pensioenverplichting

Art. 13a  SW belast stijging commerciële waarde aandelen. Die stijging is niet gelijk aan de fiscale vrijval van de pensioenverplichting
24 april 2019

Art. 13a Successiewet 1956 beoogt elke waardestijging van de aandelen, ten gevolge van iemands overlijden, te belasten met erfbelasting bij degene die behoort tot de volgende groep van (aanmerkelijkbelang)aandeelhouders: de partner van de overleden persoon en zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad of hun partners. Onder waardestijging dient de stijging van de commerciële waarde van de aandelen te worden verstaan. In de praktijk komt het voor dat de waardestijging gelijk wordt gesteld aan de vrijval van (bijv.) de fiscale pensioenverplichting. Dit levert aanzienlijke verschillen in uitkomsten op. [Lees meer…]

Ook bij vererving bancaire lijfrenten kunnen problemen rijzen

Ook bij vererving bancaire lijfrenten kunnen problemen rijzen
23 april 2019
Bij vererving van bancaire lijfrenten kan een probleem rijzen als sprake is van een reeds ingegane lijfrente. Op grond van uitlatingen, destijds gedaan tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel lijfrente banksparen, wordt door uitvoerders gesteld dat die termijnen naar evenredigheid van de erfdelen aan de erfgenamen moet worden uitgekeerd. Deze kwestie – die al sinds de invoering van het banksparen in 2008 bestaat – lijkt op de problematiek die we recent bij de ODV zijn tegengekomen. [Lees meer…]

Oprenting ODV. Klopt standpunt fiscus eigenlijk wel?

Oprenting ODV. Klopt standpunt fiscus eigenlijk wel?
10 april 2019 (update 24 april 2019)

Oprenting ODV
De ODV dient jaarlijks te worden opgerent met het gemiddelde u-rendement van het jaar daarvoor. In V&A 17-027 (zie blog) stelt het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) het volgende: wanneer de oprentingsperiode in twee kalenderjaren valt, wordt het oprentingspercentage bepaald op het gewogen gemiddelde van de u-rendementen voor de betreffende kalenderjaren. Bij oprenting op bijv. 1 juli 2019 moet een gemiddeld u-rendement worden berekend o.b.v. de u-rendementen van 2017 (m.b.t. de periode van 1-7-2018 t/m 31-12-2018) en 2018 (m.b.t. de periode van 1-1-2019 tot 1-7-2019). Klopt dit wel? [Lees meer…]