Oprenting ODV. Klopt standpunt fiscus eigenlijk wel?

Oprenting ODV. Klopt standpunt fiscus eigenlijk wel?
10 april 2019 (update 24 april 2019)

Oprenting ODV
De ODV dient jaarlijks te worden opgerent met het gemiddelde u-rendement van het jaar daarvoor. In V&A 17-027 (zie blog) stelt het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) het volgende: wanneer de oprentingsperiode in twee kalenderjaren valt, wordt het oprentingspercentage bepaald op het gewogen gemiddelde van de u-rendementen voor de betreffende kalenderjaren. Bij oprenting op bijv. 1 juli 2019 moet een gemiddeld u-rendement worden berekend o.b.v. de u-rendementen van 2017 (m.b.t. de periode van 1-7-2018 t/m 31-12-2018) en 2018 (m.b.t. de periode van 1-1-2019 tot 1-7-2019). Klopt dit wel? [Lees meer…]

Juridische splitsing BV bij echtscheiding in combinatie met verdeling pensioen en ODV

Juridische splitsing BV bij echtscheiding in combinatie met verdeling pensioen en ODV
28 februari 2019
27568296808_dc931c361b_o

Het is mogelijk om in het kader van een echtscheiding een deel van het beleggingsvermogen van een BV fiscaal geruisloos (d.w.z. zonder AB-heffing) af te splitsen in een nieuwe BV op naam van de ex van de DGA. Zie de goedkeuring in onderdeel 5.1.1. van het Besluit van 9 maart 2018 (nr. 2018-27139). Genoemd onderdeel ziet op de ondernemende DGA met een echtscheidingsvoornemen die aandelen houdt in een vennootschap waarin een (materiële) onderneming wordt gedreven en die tevens beschikt over (substantieel) beleggingsvermogen. De goedkeuring geldt indien de aandelen zich bevinden in een huwelijksgemeenschap. Fiscaal jurist Marco van der Wereld schreef een interessante blog over deze materie. Wanneer zich in de BV ook een pensioen, ODV, of stamrecht bevindt, is vervolgens de vraag of de ex haar deel in deze voorzieningen probleemloos mee kan nemen. [Lees meer…]

Probleem bij overlijden: het onbewuste derdenbeding in de ODV-overeenkomst

Probleem bij overlijden: het onbewuste derdenbeding in de ODV-overeenkomst
4 februari 2019 (update: 8 april 2019)
In veel ODV-overeenkomsten staat de bepaling – conform de fiscale eis (zie art. 38p Wet op de Loonbelasting 1964) – dat de ODV bij overlijden naar de erfgenamen/natuurlijke personen gaat. Daarbij werd er min of meer vanuit gegaan dat de ODV in de nalatenschap valt. Jurist Eric Hoepelman stelt dit in een recente publicatie ter discussie. Volgens hem – en ik ben geneigd het met hem eens te zijn – moet genoemde bepaling worden uitgelegd als een derdenbeding. Dit heeft belangrijke consequenties: de ODV voldoet niet aan de fiscale eisen en de verdeling van de ODV bij overlijden kan andere uitkomsten hebben. Een bepaling met het oogmerk de ODV-overeenkomst te laten voldoen aan de eisen van de loonbelasting lijkt nu dus onbedoeld heel anders uit te pakken. [Lees meer…]