Hoge Raad: geen prijsgeven pensioen door passieve DGA die pensioen niet liet uitkeren

Hoge Raad: geen prijsgeven pensioen door passieve DGA die pensioen niet liet uitkeren
8 maart 2019
David-Bakker-pensioen-prijsgeven-pensioen

Een DGA bereikt op 1 mei 2013 de pensioendatum maar laat het pensioen van € 57.000 op jaarbasis (dus uit te keren in 2013 € 38.000) niet uitbetalen. Bij het opleggen van de aanslag 2013 rekent de inspecteur het niet uitgekeerde pensioen ad € 38.000 tot het belastbaar inkomen. De inspecteur gaat er dus niet met gestrekt been in. Immers, hij had ook de gehele pensioenaanspraak tot het inkomen kunnen reken (gevolg: IB over WEV aanspraak + 20% revisierente) door te stellen dat sprake was van prijsgeven van pensioen. Sterker nog, zowel Rechtbank als Hof alsmede de A-G in zijn conclusie oordelen dat sprake is van prijsgeven. De Hoge Raad denkt er echter anders over. [Lees meer…]

Omzetting stamrechtkapitaal in een periodieke uitkering. Vastleggen in nieuwe overeenkomst? Loonheffing ja of nee?

Omzetting stamrechtkapitaal in een periodieke uitkering. Vastleggen in nieuwe overeenkomst? Loonheffing ja of nee?
7 maart 2019
David-Bakker-Stamrecht-overeenkomst

In de meeste stamrechtovereenkomsten met de eigen BV is de bepaling opgenomen dat op de ingangsdatum het opgerente stamrechtkapitaal wordt omgezet in een tegen zakelijke grondslagen berekende periodieke uitkering c.q. lijfrente (d.w.z. conform bij professionele verzekeraars gebruikelijke tarieven). Vaak wordt er rond de ingangsdatum volstaan met een berekening van de periodieke uitkering waarna tot uitkering wordt overgegaan. De vraag is of het noodzakelijk is om de hoogte van de uitkering in een overeenkomst vast te leggen. En, moet de BV loonheffing op de uitkeringen inhouden? [Lees meer…]

Vrijval lijfrenteverplichting bij overlijden leidt tot erfbelasting. Hoge Raad doet logische uitspraak

Vrijval lijfrenteverplichting bij overlijden leidt tot erfbelasting. Hoge Raad doet logische uitspraak
7 maart 2019
Vrijval lijfrenteverplichting in BV zoon bij overlijden moeder leidt tot erfbelasting o.g.v. art. 13a Successiewet 1956.

David-Bakker-Pensioen-vrijval-erfbelasting

Art. 13a Successiewet 1956 beoogt elke waardestijging van de aandelen, ten gevolge van iemands overlijden, te belasten met erfbelasting bij degene die behoort tot de volgende groep van (aanmerkelijkbelang)aandeelhouders: de partner van de overleden persoon en zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad of hun partners. In casus ontvangt een moeder lijfrente-uitkeringen van de BV van haar zoon. De moeder blijkt in mei 2015 ongeneeslijk ziek te zijn en komt in juli 2015 te overlijden waardoor de lijfrenteverplichting van de BV vrijvalt en de aandelen met ca. € 220.000 in waarde stijgen. De inspecteur belast de waardestijging o.g.v. art. 13a met erfbelasting bij de zoon. De zoon brengt hier tegenin dat de waardestijging al heeft plaatsgevonden bij de diagnose ‘ongeneeslijk ziek’ in mei 2015 waardoor de waardestijging door het overlijden in juli 2015 verwaarloosbaar was. De Hoge Raad gaat echter niet mee in deze redenering. [Lees meer…]